Eigen apparatuur aansluiten en gebruiken

Heb je een Kleinzakelijk of privé abonnement?
Bekijk hier de uitleg over het instellen van een eigen modem

Bij KPN kan je gebruik maken van vrije apparaatkeuze. Zo ben je altijd in de mogelijkheid om gebruik te maken van bijvoorbeeld jouw eigen modem. Op deze pagina lees je alles over het aansluiten en gebruiken van jouw eigen apparatuur.

Let op: wij bieden geen extra ondersteuning voor het installeren van jouw eigen apparatuur. Hiervoor verwijzen wij je naar de leverancier van het product. Wil je een eigen modem gebruiken? Bekijk hier de technische eisen.

Eigen modem installeren: wat ondersteunen we wel en wat niet

Eigen modem? Jij zorgt voor de juiste apparatuur

Jij zorgt voor een modem dat voldoet aan de technische eisen. Wij zijn niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor jouw eigen modem.

Je stelt zelf het eigen modem in

Gebruik je de Experia Box van KPN? Dan hebben wij dit al voor je gedaan en hoef je niets in te stellen.

Hulp nodig? Sluit dan de Experia Box aan

Alleen met een aangesloten Experia Box kunnen wij goed onderzoek doen.

Vrije modemkeuze bij KPN: we helpen je op weg

Let op: het installeren van een modem kan ingewikkeld zijn. Snap je niet wat er op deze pagina staat? Dan raden wij je aan om je eerst in dit onderwerp te verdiepen. Stel jouw vragen op ons Zakelijk Forum of neem contact op met de leverancier van het eigen modem.

Stap 1: Bekijk welke aansluiting je hebt

Sluit eerst de Experia Box aan, ga naar http://192.168.1.254/ en log in op jouw modem.

  • Experia Box V12: ‘My Modem’ bij ‘Device Info’. Onderaan de pagina staat het type verbinding.
  • Experia Box V10: je kan het verbindingstype vinden onder 'status' bij 'huidige uplink'.

Heb je een FTTH-aansluiting? Dan is het belangrijk te weten op basis van welke techniek dit is. Bekijk hieronder de mogelijkheden.

Stap 2: Controleer de technische eisen

Het is belangrijk om het juiste modem aan te sluiten. Sluit je een verkeerd type modem aan, dan kan het gebeuren dat jouw internetsnelheid verlaagd wordt.
Tip: als je een eigen modem koopt, zorg dan dat je een modem hebt dat klaar is voor de toekomst. Kies een eigen modem dat naast een DSL aansluiting ook een ethernet WAN aansluiting van minstens 1GB heeft.

  • ITU-T G.992.5 Annex A & Annex M
  • DLM (Dynamic Line Managementen) en (interleaved Forward Error Control) DSL stabilisatietechnieken
  • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
  • ITU-T- G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) en DLM DSL stabilisatietechniek
  • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
  • UPBO ITU-T G993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
  • ITU-T G.997.1 Physical layer management
  • ITU-T G994.1 Handshake protocol
  • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
  • ITU-T G.993.5 standaard voor Vectored VDSL
  • ITU-T G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) DSL stabilisatietechniek
  • SRA, (Seamless Rate Adaption) verbetert de stabiliteit van een verbinding
  • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
  • UPBO ITU-T G.993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
  • ITU-T G.997.1 Physical layer management
  • ITU-T G.994.1 Handshake protocol
  • Long Reach VDSL2: ITU-T G.993.5/Annex B & G.993.2/Annex D, toevoeging voor Long Reach VDSL2
  • Vplus: ITU-T G.993.2 - Annex Q, profile 35b,
  • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
  • ITU-T G.993.5 standaard voor Vectored VDSL
  • ITU-T G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) DSL stabilisatietechniek
  • SRA, (Seamless Rate Adaption) verbetert de stabiliteit van een verbinding
  • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
  • UPBO ITU-T G.993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
  • ITU-T G.997.1 Physical layer management
  • ITU-T G.994.1 Handshake protocol
  • ITU-T G.998.2 / IEEE 802.3ah (Ethernet-based multi-pair bonding)
  • Long Reach VDSL2: ITU-T G.993.5/Annex B & G.993.2/Annex D, toevoeging voor Long Reach VDSL2

Wil je eigen apparatuur gebruiken met een FTTH-verbinding? Dan adviseren wij een modem met Ethernet WAN aansluiting van tenminste een 1Gb/s. Deze kan je op de NTU/ONT van je glasvezelverbinding aansluiten.

Bij G-PON en XGS-PON kan je kiezen voor een modem met een ingebouwde ONT-aansluiting. Is jouw huidige verbinding G-PON dan zal bij vrije apparatuur keuze de verbinding worden omgezet naar XGS-PON.

Let op: Gebruik bij voorkeur de NTU/ONT (met ethernetaansluiting en RJ-45-stekker) dat KPN aan je heeft geleverd. De glasvezel in de FTU is zeer kwetsbaar. Wij adviseren je om de FTU aangesloten te laten op de NTU/ONT om reparatie te voorkomen.

Wij adviseren je gebruik te maken van de door KPN geleverde ONT bij het XGS-PON, 10 Gigabit Symmetrical Passive Optical Network. Indien je jouw eigen apparatuur wil instellen moet deze voldoen aan de volgende specificaties.

  • FTU/ Fiber interface: FTU-TK01 (SC/APC)
  • Transmission: Rec. ITU-T G.9807.1
  • TX 1260 .. 1280nm / RX 1575 .. 1580nm
  • Transmit power +4 .. +9dBm
  • Receive power -28 .. -9dBm
  • OMCI: ITU-T Rec. G.988
  • Conformance test protocol: BBF 247 issue 4
  • Profiel: A / B / C / D
  • Implementatie: BBF TR-156 issue 2
  • Authentication: Serial Number
  • Encryptie: Downstream AES-128 / Upstream AES-128
  • VLAN model support: 1:1 / 1:N / TLS / Multicast
  • Interface identificatie: Speed capability = 10 Gb/s / Slot id = 1 / Port id = 1
  • Operations: dying gasp, automatic laser shutoff
  • Rogue detectie, Continuering: rogue self-detection, rogue self-isolation, remote start and shutdown optical interface

XGS-PON upstream encryptie ondersteuning wordt in de nabije toekomst verwacht. Deze functie is optioneel en wordt bepaald door het OMCI protocol.

De ONT moet unieke symmetrische vertaling ondersteunen van Q-VID tot S-VID zoals beschreven in TR-156 : R-13, R-14, R-15.

De ONT moet downstream multicast IGMP berichten ondersteunen op de multicast GEM poort. Deze implementatiekeuze is gebaseerd op R-81 zoals beschreven in TR-156 issue 2.

Wij adviseren je gebruik te maken van de door KPN geleverde ONT. Indien je jouw eigen apparatuur wilt gaan gebruiken moet jouw verbinding eerst worden omgezet naar XGS-PON. Je kan hier contact voor opnemen met KPN of jouw business partner. Zie verder bij XGS-PON.

Bij gebruik van een eigen NTU dient deze te voldoen aan onderstaande specificaties:

  • Voor GoF: IEEE 802.3 1Gbit (1000Base-BX-10-U) (bidirectional Full duplex transmission, no auto-negotiation, no pause frames)
  • Voor EoF: IEEE 802.3 100Mbit (100Base-BX-10-U) (bidirectional Full duplex transmission, no auto-negotiation, no pause frames)
  • SFP Specs: TX 1310 nm / RX 1490/1550 nm
  • 14 km range
  • >15 dB power budget
  • Class 1 laser product
  • Transmit power -3 ... -9 dBm
  • Receive power -3 ... -22 dBm

Type Fiber is singlemode Fiber (9/125) met SC/PC connector (blauw) of SC/APC connector (groen meest gebruikt bij FTU_TK01). De gebruikte connector in de FTU kan verschillen. Verbind deze via een koppelblokje van het goede type (kleur).
Let op: verbind nooit verschillende kleuren!

Stap 3: Internet instellen

Als je Internet wil gebruiken, moet je eerst jouw modem instellen. Kijk in de handleiding van de fabrikant waar je de instellingen moet invoeren.

Let op: maak je ook gebruik van Vaste Telefonie van KPN EEN MKB? Zorg dan dat SIP-ALG wordt uitgezet.

Internet

  • Internet PPPoA via ATM PVC 0/33 vcmux. IPv4 adres en DNS via PPPoA.
  • PPP authenticatie PAP en gebruikers naam en wachtwoord moeten ingevuld zijn (een waarde is belangrijk, bijvoorbeeld internet/internet).
  • Maximale pakket grote (MTU) 1500 bytes.
  • IPv4 adres + DNS servers via PPP verkrijgen.

Internet

  • PPPoE via VLAN 6 (802.1q)
  • PPPoE authenticatie PAP met een gebruikersnaam en wachtwoord (bijv internet / internet).
  • Maximale pakket grote (mtu) 1500 bytes (rfc4638).
  • IPv4 adres + DNS servers via PPPoE verkrijgen.

De aanbeveling is om het IPv4 en DNS adres via PPP of PPPoE te verkrijgen, echter indien het noodzakelijk is om zelf DNS adressen in te voeren in het gekozen modem dan staan hieronder de aangeboden DNS nummers. Wij adviseren je gebruik te maken van de Primary DNS.

  • AS1136: Primary DNS: 194.151.228.2 - Secondary DNS 194.151.228.18
  • AS8737: Primary DNS: 194.121.1.34 - Secondary DNS: 195.121.1.66
  • AS3265: Primary DNS: 194.109.6.66 - Secondary DNS: 194.109.9.99
  • AS28685: Primary DNS:213.144.235.1 - Secondary DNS: 213.144.235.2

FTTH-Aansluiting EoF/GoF

Voor een aansluiting op basis van EoF/GoF is de vrije apparatuur keuze al langer van toepassing. Kijk bij stap 2 van het stappenplan hierboven voor de specificaties van de NTU.

FTTH-Aansluiting G-PON

Als jouw FTTH-verbinding op basis van G-PON is geleverd dan is er door KPN een Nokia ONT geplaatst, welke met een patchkabel is aangesloten op de FTU. In dit geval dient jouw verbinding eerst te worden omgezet naar een XGS-PON FTTH-verbinding.

Aangezien de ONT een essentieel onderdeel is van de FTTH-dienstverlening, waarmee o.a. op afstand de status van de verbinding kan worden gecontroleerd, is het uitgangspunt van KPN dat er eerst een, met een door KPN geleverde XGS-PON ONT, werkende verbinding tot stand dient te komen. Pas als de verbinding succesvol is geactiveerd en onder beheer is gebracht, kan het proces voor een eigen ONT worden gevolgd.

De XGS-PON ONT van KPN dient ook op locatie beschikbaar te blijven. Het serienummer dat bij deze KPN XGS-PON ONT behoort, zal door KPN worden opgeslagen en activatie van de KPN XGS-PON ONT is, indien gewenst, daardoor weer snel mogelijk. Ook in geval van storing of opheffing van de FTTH-verbinding dient de XGS-PON ONT van KPN weer teruggeplaatst te worden.

FTTH-Aansluiting XGS-PON

Heb je een XGS-PON FTTH-aansluiting dan is er een Genexis XGS-PON ONT over de FTU geschoven. In dit geval kan je naar stap 2 van de vrije apparatuurkeuze gaan om de specificaties van de ONT te raadplegen.

In het PON netwerk worden de snelheid en de QoS van de verbinding ingesteld op de ONT, en deze dient daarom op afstand configureerbaar te zijn. Het is van essentieel belang om van eigen ONT’s te weten hoe deze geconfigureerd kunnen worden. Voor het activeren van een eigen ONT, dient bij PON het serienummer te worden ingevoerd. Dit is een activiteit die je niet zelf kan uitvoeren maar waarvoor ja een service-ticket kunt aanmaken bij jouw businesspartner of KPN. Pas als het serienummer juist is ingevoerd, kan de ONT worden geactiveerd.

Vrije apparaatkeuze bij KPN: we helpen je op weg

Trunk PBX

Het is mogelijk om telefooncentrales aan te sluiten met behulp van een Generic SIP IP-PBX Single Registration Device Profile. De aangesloten centrale moet het E.164-formaat ondersteunen (en geconfigureerd zijn om dit te gebruiken).

  • SIP 2.0 (RFC3261) based on SIP register with pilot user authentication (SIP connect style).
  • Your PBX uses the pilot identity to register the whole trunk at a single contact address on behalf of all the users/numbers on your trunk. The register contact address of the pilot user must be used in all the other requests of your PBX like for example INVITE’s. The platform sends SIP 4.01 digest authentication responses if your PBX sends requests like REGISTER, INVITE or REFER. And your PBX should respond and authenticate accordingly.
  • DTMF: RFC4733 payload telephone-event, DTMF audio must be suppressed, SIP INFO is not supported
  • Hold, offer answer model RFC3264 and RFC6337 for more clarification. Direction attributes a=inactive, a=sendonly, a=recvonly MUST NOT be used in the initial offer to avoid interworking issues. SDP media port 0 MUST NOT be used to stop the audio stream. SDP offer with a=inactive MUST NOT be used for Call Hold, because this is a known cause for interworking issues, because it also puts the remote endpoint in Call Hold state. Call Resume MUST be done with a re-INVITE with SDP offer including a=sendrecv, or without direction attribute because a=sendrecv is the default value.
  • Every SDP offer MUST include all audio codecs and additional features that the equipment can support, but the total number of Payload Types on Media Stream Description (“m=”) line for audio MUST be limited to 10 or less.
  • Codecs depend on far-end devices in the session. As a result of industry developments codec offerings evolve and may change. G711 A-law support by your PBX is mandatory to warrant interopability. Support for G711 U-law (PCMU) is NOT RECOMMENDED. If codec PCMU is also supported, then codec PCMA MUST have a higher priority than PCMU.
  • Long duration calls are limited on system level in the KPN network.
  • T.38 Fax is supported on a best effort basis, fax support / performance cannot be guaranteed in the VoIP Service.
  • The use of 183 Session Progress sent by the trunk is NOT RECOMMENDED;
    • And MUST not be used when other trunk platform features are combined with the trunk service.
    • Explanation: this is to avoid interworking issues, e.g. when simultaneous ringing is used codec selection during the early stage of a call may conflict in the termination network which does not support multiple dialogs in the same call, or parties restrict early media or limit it’s duration.
  • TLS is based on one way SSL authentication where the trunk service acts as server.
  • TLS version 1.2, ciphers:
    • TLS_ECDHE_RSA_WITH_AES_256_GCM_SHA384
    • TLS_ECDHE_RSA_WITH_AES_256_CBC_SHA384
    • TLS_DHE_RSA_WITH_AES_256_GCM_SHA384
    • TLS_DHE_RSA_WITH_AES_256_CBC_SHA256
    • TLS_ECDHE_RSA_WITH_AES_128_GCM_SHA256
    • TLS_ECDHE_RSA_WITH_AES_128_CBC_SHA256
    • TLS_DHE_RSA_WITH_AES_128_GCM_SHA256
    • TLS_DHE_RSA_WITH_AES_128_CBC_SHA256
  • SRTP:
    • AES_CM_128_HMAC_SHA1_80
    • AES_CM_128_HMAC_SHA1_32

To configure the PBX, the following information is needed from Broadsoft:

  • Line/Port of the Pilot user (User > Addresses), the part before the @
  • Domain name of the Pilot user (User > Addresses), the part behind the @
  • Authentication User Name (Services > Trunk Group > [trunk] > Profile > Profile)
  • Authentication password (Services > Trunk Group > [trunk] > Profile > Profile)

The Outbound proxy is necessary to register.

Outbound proxy ASB2: sbc.asb2.kpneen.nl
Outbound proxy ASB5: sbc.asb5.kpneen.nl
Outbound proxy ASB8: sbc.asb8.kpneen.nl
Outbound proxy other KPN ASB's: sbc.kpn1.hipcore.net

Port for public connection: 5060 or 5080
Port for IP-VPN connection: 5060

VoIP toestellen

Het is mogelijk om via het Generic SIP Phone profiel toestellen en apparaten te koppelen die niet in onze lijst met ondersteunde VoIP toestellen of apparaten zoals SIP deurbellen of ATA's voorkomen.

Codec G711A is vereist om te kunnen bellen. We raden onderstaande codec prioriteiten aan:

  • G722
  • G711A (PCMA)
  • G729
  • G711U (PCMU)

Wij adviseren je om overige codecs uit te schakelen.

DTMF: RFC2833
Hold Normalization: RFC3264
Early Media Support: Local Ringback – No Early Media

Om een apparaat te configureren is de volgende informatie vanuit OneBase noodzakelijk.

  • Toestel ID, het gedeelte voor de @
  • Domeinnaam, het gedeelte achter de @
  • SIP gebruikersnaam
  • SIP wachtwoord

Ook moet de Outbound proxy server ingevuld worden.

Outbound proxy ASB2: sbc.asb2.kpneen.nl
Outbound proxy ASB5: sbc.asb5.kpneen.nl
Outbound proxy ASB8: sbc.asb8.kpneen.nl
Outbound proxy overige KPN ASB's: sbc.kpn1.hipcore.net

Poort publiek: 5060 óf 5080
Poort IP-VPN: 5060

  1. Ga naar MijnKPN Zakelijk
  2. Klik op 'Mijn Producten'
  3. Klik op 'Beheer en Instellingen' op de tegel 'Telefooncentrale'
  4. Ga naar 'Gebruikersbeheer'
  5. Klik op 'User'
  6. Ga naar 'Toestel profiel' en kies voor 'Toestel toevoegen (Generic Sip Phone)

KPN is gerechtigd de dienstverlening met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk op te schorten indien uw eigen apparatuur de veiligheid, integriteit, kwaliteit en/of beschikbaarheid van de diensten of het netwerk van de KPN, wordt, of dreigt te worden, geschaad door het gedrag door het niet naleven van instructies van KPN of eigen apparatuur van de klant. Indien de klant de verplichtingen en/of de gestelde eisen niet nakomt, is KPN gerechtigd om eventuele schade en/of heraansluitingskosten in rekening te brengen.

Veelgestelde vragen

We kunnen je niet helpen bij het instellen van jouw eigen modem. Neem contact op met de fabrikant van het modem en houd de instellingen van KPN bij de hand. Of stel jouw vraag op het Zakelijk Forum zodat andere ervaringsdeskundigen je kunnen helpen.
Kijk eerst of er in jouw regio een storing is op ons netwerk. Is er geen storing bekend? Herstart dan eerst je aangesloten modem. Werkt dit niet? Sluit dan jouw KPN Experia Box aan en controleer of je nog steeds een storing hebt. Heb je nu internetverbinding? Dan ligt het aan jouw eigen modem. Neem dan contact op met de fabrikant. Heb je ook een storing met je KPN modem? Laat dan de Experia Box aangesloten en neem contact op met onze klantenservice.
We leveren altijd een KPN Experia Box zodat je gebruik kan maken van onze diensten. Onze modems zijn getest in combinatie met onze diensten en werken daarom goed samen. Sluit je een ander modem aan? Dan kunnen wij niet garanderen dat jouw eigen modem met onze diensten werkt. Daarnaast bieden bij het gebruik van een eigen modem geen installatiemonteur aan en kunnen wij jouw modem niet op afstand optimaliseren. Wij adviseren de KPN Experia Box te bewaren om in geval van problemen te kunnen testen met een standaard modem.

Heb je een eigen modem geinstalleerd en wil je de Experia Box weer gaan gebruiken? Dan moet je met het volgende rekening houden. Internet gaat vrijwel direct weer werken. Mocht dit niet gebeuren, dan kan je het modem resetten. Dit doet je door achterop het modem met een paperclip de Experia Box te resetten. Hierna wordt de nieuwste software vanuit het netwerk opgehaald. Mogelijk moet je ook de overige apparatuur dat op het modem is aangesloten, eenmalig uit- en weer aan zetten.

Je krijgt bij KPN gratis een modem in bruikleen, de Experia Box. Wil je meer opties? Dan kan je de FRITZ!Box toevoegen aan jouw abonnement.
Wij raden je aan externe apparaten, zoals jouw tv-ontvanger, opnieuw op te starten. Op die manier herkennen ze de nieuwe IP-reeks van jouw eigen modem.
Alle specificaties zijn onder stap 2 van vrije apparaatkeuze te vinden.

Ja, dat kan. Stel je wil een DECT-basisstation gebruiken, dan moet je wel rekening houden met het volgende.

  • Bij het gebruik van een VoIP Client, kan het gebeuren dat de NAT (Network Address Translation) service, een barrière creëert tussen VoIP client en het KPN VoIP platform. Het kan gebeuren dat de VoIP Client zich succesvol bij het KPN VoIP platform aanmeld (registreert), maar dat er geen inkomende gesprekken zijn.

  • Maak je gebruik van Vaste Telefonie van KPN EEN MKB? Zorg dan dat SIP-ALG is uitgezet in het modem.
Als je veel upstream verkeer hebt wil je dat VoIP voorrang krijgt op jouw verbinding. Om te voorkomen dat er kwaliteitsverlies ontstaat geef je voorrang aan VoIP door middel van waarde 5 (802.1p).

Indien je gebruik maakt van semafonie heb je altijd vrije apparaatkeuze. Het is belangrijk dat het apparaat voldoet aan de volgende specificaties:

- Frequentie: 172.450 MHz

- Baudrate: 1200

- Protocol: Pocsag

Om gebruik te maken van het semafonie netwerk moet de semafoon worden voorzien van een unieke Radio Identifier Code (RIC). Die kan worden opgevraagd door contact op te nemen met: semafonie@kpn.com