27 november 2018 4 min Auteur: Redactie

Mkb profiteert nog niet van digitale voorsprong Nederland

Een schrale 15 procent van de Nederlandse ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb) bood in 2017 online diensten en producten aan. Vergeleken met een jaar eerder is het percentage mkb'ers dat via internet verkoopt zelfs gedaald. Nederland zit daarmee onder het EU-gemiddelde dat toch al niet erg hoog is dankzij een aantal Zuid-Europese landen en Balkanstaten.

Dit blijkt uit de Digital Economy and Society Index (DESI) waarmee de EU de digitale economie in kaart brengt. Jaarlijks doet de Europese Commissie onderzoek naar de stand van de digitale economie. Ook nu blijkt Nederland weer koploper bij de toegang tot snel internet, zowel vast als mobiel. Maar de digitale voorsprong die Nederland op veel EU-lidstaten heeft en de goede infrastructuur worden nog te weinig benut. Met name het mkb laat het behoorlijk afweten.

E-commerce blijft achter

Elektronische handel vertegenwoordigt slechts 9,5 procent van de omzet van de mkb-bedrijven. Grotere spelers, vaak met ICT'ers in vaste dienst, zijn op dit gebied veel actiever en zuigen omzet weg. Nederland blijft qua e-commerce achter bij landen als Ierland, Tsjechië, Denemarken, België en Duitsland, als wordt gekeken naar het percentage mkb'ers dat online verkoopt, het aandeel van e-commerce in de totale omzet en het percentage mkb'ers dat over de grens online zaken doet.

Behalve naar het benutten van de mogelijkheden van elektronische handel werd gekeken naar de zakelijke digitalisering. Op dat punt scoort Nederland wel weer goed. Het afgelopen jaar is op een aantal terreinen flinke vorderingen gemaakt. In toenemende mate wordt elektronische informatie gedeeld. Bijna de helft van de Nederlandse mkb-bedrijven doet dit inmiddels, goed voor een tweede plaats in de EU. Ook wordt steeds vaker gebruik gemaakt van RFID-technologie, identificatie met radiogolven. 39 procent zet sociale media in. Ook bovengemiddeld is het gebruik van elektronische facturen. Maar Nederland is niet zo ver als Spanje waar al bijna 32 procent e-invoicing gebruikt.

Big data is hot

Nederland is de nummer één onder de EU-lidstaten als het gaat om de analyse van gegevens uit alle bronnen die een bedrijf ter beschikking staan: big data is een hot item. Een op de vijf ondernemingen zegt hier iets mee te doen.

De EU onderzocht ook welk deel van de ondernemingen in een bepaald land in hoge mate zijn gedigitaliseerd. Na Finland en Denemarken scoort Nederland het hoogste op de Digitale Intensiteit Index. 40 procent van de Nederlandse bedrijven is sterk gedigitaliseerd, een heel verschil met bijvoorbeeld Frankrijk dat onder de 20 procent zit. Gekeken werd onder meer naar het gebruik van een CRM-systeem voor klantrelaties, het gebruik van bedrijfsbrede planning (ERP), toegang tot snel breedband en het delen van data in de bevoorradingsketen.

Achterblijvers

Sterk achtergebleven zijn landen als Bulgarije, Roemenië, Italië en Griekenland. De meerderheid van de bedrijven heeft daar vaak niet meer dan een simpele website en een handjevol computers. Iets minder dan de helft van de werknemers moet het doen zonder internet, ICT-specialisten zijn veelal niet beschikbaar en via het web wordt niet of nauwelijks iets verkocht.

Verder werd de digitalisering per sector onder de loep genomen. Zoals verwacht loopt in de EU de ICT-sector voorop. Hoog scoren het reiswezen en de media zoals uitgeverijen, film en tv en muziek. Ook het hotelwezen is goed met de tijd mee gegaan, logisch nu iedereen online boekt. Slecht scoren de sectoren administratieve ondersteuning, transport en opslag, de metaalindustrie, textiel en voedingsmiddelen.

Hekkensluiter bouw

Hekkensluiter in de EU is de bouw. Slechts 8 procent is hoog of zeer hoog gedigitaliseerd. Het initiatief van Bouwend Nederland om samen met Google haar leden in het mkb beter online zichtbaar te maken is dan ook geen overbodige luxe. Uit een analyse van deze brancheorganisatie blijkt dat een groot deel van de leden een verouderde website heeft of zelfs helemaal niet online te vinden is.

Dat kost niet alleen omzet, maar belemmert ook het binnenhalen van de juiste opdrachten passend bij een bepaald bouwbedrijf. Een aannemer die in de uitbouwen zit, wil geen aanvragen voor nieuwe dakkapellen. Klanten zoeken hun informatie namelijk steeds meer online en grotendeels via zoekmachines zoals Google. Zonder een goede en makkelijk vindbare website, blijft een bedrijf voor potentiële klanten onzichtbaar. Onlangs is een pilot met 10 kleinere bouwbedrijven afgesloten om online beter voor de dag te komen.

Omvang bepalend

Tussen digitale transformatie en de omvang van een bedrijf bestaat een sterk verband, zo blijkt uit het DESI-rapport. Grote ondernemingen kennen een schaalvoordeel en kunnen eerder wat interne ICT-specialisten inzetten. Het gevolg is dan ook dat een infrastructuur voor het delen van data zoals ERP meer gebruikelijk is in de grotere bedrijven in de EU. Het mbk kan nog wel aanhaken bij sociale media omdat de drempel daar lager ligt. In beperkte mate kunnen kleinere bedrijven aan e-commerce doen via marktplaatsen. Nog een enorm potentieel aan onbenutte mogelijkheden ligt er op het gebied van grensoverschrijdende e-commerce, gebruik van clouddiensten en het automatiseren van processen.

Verontrustend is dat het percentage kleinere bedrijven (10 tot 49 werknemers) en middelgrote bedrijven (50 tot 249 werknemers) met een ICT-specialist aan boord een dalende tendens vertoont. Het blijkt moeilijk om deze mensen aan te trekken of vast te houden.

Het verschil tussen grote bedrijven en het mkb is enorm als het gaat om gebruik van de cloud, klantrelatiesystemen (CRM), bevoorradingsketen-management, RFID en e-commerce. Gemiddeld gebruikt in de EU maar 18 procent van de mkb'ers de cloud. Opvallend, want online opslag is heel toegankelijk voor kleinere bedrijven. Het aandeel van kleine bedrijven met elektronische verkoop (16 procent) in minder dan de helft van de grote bedrijven. Nog dramatischer is het verschil in omzetaandeel. Het kleinbedrijf haalt slechts 7 procent van de omzet uit e-commerce, minder dan een derde van wat het grootbedrijf op die manier binnenhaalt.

E-commerce

De EU onderscheidt twee typen e-commerce: webverkoop en verkoop via EDI (elektronische gegevensuitwisseling). Maakbedrijven en bedrijven in de sector transport en opslag doen relatief nog veel via EDI. Opvallend zijn de grote verschillen binnen EU. Ierse bedrijven krijgen 33 procent van hun omzet uit e-commerce tegen 4 procent in Griekenland. Ook Belgische bedrijven komen boven de 30 procent uit, het dubbele van Nederland. Met name EDI stelt in Nederland weinig voor.

Gerelateerde artikelen