Beveiliging | SmartLife-app

Heb je een vraag over SmartLife signalering? Hieronder vind je de antwoorden op de veelgestelde vragen. Mocht je vraag hier niet mee beantwoord zijn, dan kun je telefonisch contact met ons opnemen.

Wanneer je de signalering aanzet, wordt deze - afhankelijk van de ingestelde activatievertraging - tussen 0 en 180 seconden actief. Wanneer de signalering met een vertraging wordt geactiveerd en de signalering dus nog niet actief is, kun je rustig je woning verlaten of de signalering weer uitzetten.

Als een sensor beweging detecteert terwijl de signalering actief is, zal er onmiddellijk een alarmmelding plaatsvinden. Afhankelijk van de ingestelde vertraging gaat tussen 0 en 60 seconden de alarmsirene af, waarbij de camera start met opnemen. Via de app kun je de signalering uitschakelen

Je zet het signaleringssysteem aan en uit in het startscherm van de KPN SmartLife-app. Dit doe je door in het startscherm van de app middels de schuif, de status van Thuis naar Van huis te veranderen.

Alarm zorgt bij een detectie voor het activeren van het alarm inclusief melding naar de noodcontacten, meldkamer en een push-notificatie op de SmartLife-app. Dit werkt alleen bij een abonnement op Meldkamer of Meldkamer Plus.

Waarschuwing zorgt bij een detectie voor alleen een push-notificatie in de SmartLife-app zonder dat de noodcontacten en meldkamer worden benaderd.

In de KPN SmartLife-app worden deze twee typen alarmen 'zones' genoemd. Om deze in stellen kies je in het menu van de KPN SmartLife-app voor Beveiliging en vervolgens klik je op het tandwiel-icoontje rechtsboven in het scherm. Via Bewerken kun je de zones indelen.

Om signalering in te stellen, kies je in het menu van de KPN SmartLife-app voor Beveiliging. Selecteer actieve apparaten onder Alarm en Waarschuwing. Actieve apparaten worden bij een alarmmelding ingeschakeld.

Vervolgens zet je, door de schuif in dit scherm naar rechts te verplaatsen, de signalering aan. Nu staat alleen de signalering aan. Wil je ook de Huisoppas aanzetten? Gebruik dan de Thuis en Van huis knop op het startscherm van de KPN SmartLife-app.

Om de alarminstellingen te bewerken, klik je op het tandwiel-icoontje rechtsboven in het scherm. Ga naar bewerken en selecteer hier de ruimtes voor een Alarmzone of Waarschuwingszone. Selecteer een ruimte en klik aan welke sensoren het alarm af moeten laten gaan. Je kunt een ruimte verplaatsen tussen de zones door op het rechter pijltje te drukken.

Bij beveiliging stel je een vertraging in voor het inschakelen van de signalering. Hiermee kun je een activatievertraging van 0 tot 180 seconden instellen voor de signalering, zodat je rustig de woning kunt verlaten.

Bij actief apparaat stel je een vertraging in voor het activeren van de apparaten. Dit zorgt er voor dat bij een alarmmelding de ingestelde apparaten (bijv. sirene, camera, lamp) met een vertraging worden geactiveerd. Dit kan handig zijn als je bijvoorbeeld thuis komt en het alarm vergeet uit te zetten, de sirene zal dan niet direct af gaan.

Kies voor Afstandsbediening toevoegen om een afstandsbediening te kiezen waarmee je de signalering wilt bedienen.

Net als de alarmsirene, zijn de Philips Hue lampen bij het instellen van een alarm via de KPN SmartLife-app ook als apparaat te selecteren. Dit betekent dat je naast geluidssignalen ook met rood licht kunt laten zien dat er een alarm afgaat in de woning.